๐ช๐ฒ๐ฟ๐ธ๐ด๐ฟ๐ผ๐ฒ๐ฝ ๐ช๐ผ๐น๐ณ ๐๐ฒ๐๐๐ฑ๐ฒ๐ป ๐ฒ๐ป ๐๐ป๐ถ๐บ๐ฎ๐น ๐ฅ๐ถ๐ด๐ต๐๐ ๐๐ฟ๐ฎ๐ด๐ฒ๐ป ๐ต๐ฎ๐ป๐ฑ๐ต๐ฎ๐๐ถ๐ป๐ด:
W๐ผ๐น๐ณ ๐๐ฟ๐ฎ๐บ ๐ฟ๐๐ถ๐บ ๐๐ถ๐ท๐ณ ๐๐๐ฟ ๐ฏ๐๐ถ๐๐ฒ๐ป ๐๐ฒ๐ฟ๐ด๐๐ป๐ป๐ถ๐ป๐ด๐๐๐ถ๐ท๐ฑ ๐ฑ๐ผ๐ผ๐ฑ๐ด๐ฒ๐๐ฐ๐ต๐ผ๐๐ฒ๐ป

Bram werd op 1 december 2025 om 23.10 uur doodgeschoten. Volgens de vergunning mocht dat alleen tot 17.33 uur: één uur na zonsondergang. Het afschot vond daarmee ruim vijf en een half uur buiten het toegestane tijdvenster plaats. Beeld: © Ramon van Bentum
Werkgroep Wolf Leusden en Animal Rights vragen handhaving: Afschot Bram was in strijd met vergunningvoorschriften
Leusden, 25 juni 2026 – Stichting Werkgroep Wolf Leusden heeft samen met Animal Rights een handhavingsverzoek ingediend vanwege de manier waarop wolf GW3237m, beter bekend als Bram, is doodgeschoten. Het verzoek is op 25 juni 2026 vóór 00.00 uur gericht aan Gedeputeerde Staten van Utrecht en ingediend via de Omgevingsdienst Utrecht (ODU).
De organisaties vragen Gedeputeerde Staten om vast te stellen dat de uitvoering van het afschot in strijd was met de vergunningvoorschriften en om handhavend op te treden.
Bram werd op 1 december 2025 om 23.10 uur doodgeschoten. Volgens de vergunning mocht dat alleen tot 17.33 uur: één uur na zonsondergang. Het afschot vond daarmee ruim vijf en een half uur buiten het toegestane tijdvenster plaats.
RUD Utrecht heeft vastgesteld dat daarmee een vergunningvoorschrift is overtreden. Toch werd niet gehandhaafd, omdat de gevolgen van de overtreding als “nihil” werden beoordeeld. Stichting Werkgroep Wolf Leusden en Animal Rights vinden dat onacceptabel.
Aanleiding voor het handhavingsverzoek is dat Gedeputeerde Staten het uitvoeringslogboek niet wilden verstrekken. Na een Woo-verzoek bij de ODU stuitte de stichting in de vrijgegeven stukken op belastende feiten over de uitvoering van het afschot.
Volgens Stichting Werkgroep Wolf Leusden en Animal Rights blijkt uit de uitvoeringsverslaglegging dat geen sprake was van een vergissing. Het uitvoeringsteam beschikte om 22.55 uur over actuele monitoringbeelden, kon Bram in bijzijn van welpen identificeren, beschikte naar eigen zeggen over “zeer geavanceerde middelen” en besloot desondanks om het dier “ondanks tijdstip” uit de populatie te nemen. Dat de uitvoering achteraf als “clean kill” wordt aangeduid, verandert niets aan het feit dat buiten het toegestane tijdvenster is geschoten.
De zaak is volgens de organisaties extra ernstig omdat het afschot plaatsvond terwijl de bezwaarprocedure tegen de vergunning nog liep. De onafhankelijke adviescommissie adviseerde later om het besluit opnieuw te beoordelen. Gedeputeerde Staten volgden dat advies niet, omdat Bram inmiddels al was gedood.
Ook de bestuurlijke verantwoordelijkheid van provincie Utrecht staat ter discussie. Mirjam Sterk, inmiddels minister voor Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, was destijds als gedeputeerde in Utrecht politiek verantwoordelijk voor het natuurbeleid en verdedigde het afschotbeleid rond Bram publiekelijk.
De organisaties willen dat wordt vastgesteld dat de uitvoering onrechtmatig was, dat wordt onderzocht wie verantwoordelijk was voor de beslissing om toch te schieten, en dat maatregelen worden genomen om herhaling te voorkomen.
De zaak staat volgens Stichting Werkgroep Wolf Leusden en Animal Rights niet op zichzelf. Het recente rapport “Grootschalige illegale wolvenvervolging in Nederland” van Pauline Verheij, EcoJust en Humane World for Animals beschrijft een zorgwekkend patroon van illegale wolvenvervolging, verdwijnende wolven en tekortschietend toezicht in het buitengebied.
In zo’n klimaat geeft het volgens de organisaties een gevaarlijk signaal wanneer zelfs bij een officieel vergund afschot buiten de voorwaarden wordt geschoten en de overheid dat vervolgens afdoet als een overtreding zonder gevolgen.
Deel dit artikel met je vrienden:

















